Pensioenreglement




Algemene bepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

stichting: de Stichting Pensioenfonds “de Schelde”.

bestuur: het bestuur van de stichting.

werkgever: de N.V. Koninklijke Maatschappij “de Schelde”, ook genaamd Koninklijke Schelde Groep te Vlissingen.

werknemers: de werknemers krachtens arbeidsovereenkomst in dienst van de werkgever.

directie: de directie van de werkgever.

deelnemers: de werknemers, die volgens de bepalingen van artikel 2 daartoe worden aangewezen.

kinderen:

  1. het kind met wie de (gewezen) deelnemer als vader of moeder in familierechterlijke betrekking staat;
  2. het kind dat tot het huishouden van de (gewezen) deelnemer behoorde en/of tot zijn overlijden door hem als eigen kind werd onderhouden en opgevoed.
    Met vader of moeder wordt in dit pensioenreglement de vader of moeder in de zin van Boek I van het Burgerlijk Wetboek bedoeld.

deelnemersjaren:

  1. de tijd, tot 1 januari 1970, gedurende welke een werknemer behorende tot het week- en uurloonpersoneel deelnemer is geweest van de Stichting Pensioenfonds voor het weekloon- en uurloonpersoneel van de N.V. Koninklijke Maatschappij “de Schelde” of van het vroegere Ondersteuningsfonds en/of Aanvullingsfonds;
  2. de tijd, tot 1 januari 1971, gedurende welke een werknemer behorende tot het beambtenpersoneel deelnemer is geweest van de Stichting Pensioenfonds voor het Beambtenpersoneel van de N.V. Koninklijke Maatschappij “de Schelde”.

bedrijfstakpensioenfonds: de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro.

dienstbetrekking c.q. dienstverband: de dienstbetrekking c.q. het dienstverband krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek.

partner: de man of de vrouw met wie de (gewezen) deelnemer een geregistreerd partnerschap is aangegaan.

ex-partner: de man of vrouw van wie het geregistreerde partnerschap met de (gewezen) deelnemer is geëindigd anders dan door de dood of vermissing dan wel omzetting van het geregistreerde partnerschap in een huwelijk.

scheiding: echtscheiding en scheiding van tafel en bed.




^ TOP



Artikel 1 - Werkingssfeer

Dit reglement treedt in de plaats van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds voor het weekloon- en uurloonpersoneel van de N.V. Koninklijke Maatschappij “de Schelde” en van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds voor het Beambtenpersoneel van de N.V. Koninklijke Maatschappij “de Schelde” en geeft regels voor de afwikkeling van de pensioenaanspraken van de rechthebbende vanuit zijn of haar deelnemerschap in bovengenoemde twee Stichtingen.




^ TOP



Artikel 2 - Deelnemers

  1. Deelnemers zijn:
    1. de werknemers, behorende tot het week- en uurloonpersoneel van de werkgever op wie de verplichte deelneming in het bedrijfspensioenfonds reglement A, geldend vóór 31 december 1968, van toepassing was en die vóór 1 januari 1970 deelnemer zijn geworden, of aan wie bij arbeidsovereenkomst de verplichting is opgelegd deelnemer te worden en die vóór 1 januari 1970 deelnemer zijn geworden;
    2. de werknemers, behorende tot het beambtenpersoneel van de werkgever op wie de verplichte deelneming in het bedrijfspensioenfonds reglement B, geldend vóór 31 december 1968, van toepassing was en die vóór 1 januari 1971 deelnemer zijn geworden, en alle niet onder b. genoemde werknemers behorende tot het beambtenpersoneel van de werkgever, die vóór 1 januari 1971 deelnemer zijn geworden;
    3. alle andere werknemers, die vóór 1 januari 1971 op verzoek van de directie door het bestuur zijn toegelaten.
  2. Het bestuur draagt er zorg voor dat elke deelnemer een exemplaar van de geldende statuten en van dit pensioenreglement ontvangt
    Het bestuur zal de deelnemer op de hoogte stellen van wijzigingen in de statuten en het pensioenreglement. Tevens stelt het bestuur elke belanghebbende in staat desgewenst kennis te nemen van de geldende statuten en het reglement. Het bestuur doet de deelnemers bij de aanvang van het deelnemerschap en voorts jaarlijks schriftelijk mededeling van de grootte van de pensioenaanspraken.
  3. Het bestuur van het fonds verstrekt op verzoek aan de deelnemer en de gewezen deelnemer binnen drie maanden een opgave van de hoogte van de opgebouwde aanspraken. Het fonds kan een vergoeding vragen voor de aan de opgave verbonden kosten.
  4. Het deelnemerschap eindigt:
    1. op de datum van beëindiging van het dienstverband tussen de werknemer en de werkgever;
    2. op de datum van pensionering;
    3. op de datum waarop de invaliditeit ingaat.



^ TOP



Artikel 3 - Omschrijving der pensioenen

  1. Elke deelnemer en gewezen deelnemer heeft recht op een ouderdomspensioen dat ingaat op de eerste dag van de maand waarin hij 65 jaar wordt.
    Het ouderdomspensioen eindigt op de laatste dag van de maand waarin de pensioengerechtigde overlijdt.
  2. De weduwe van een mannelijke deelnemer of gewezen deelnemer heeft recht op een weduwepensioen, dat zal ingaan op de eerste dag van de maand, waarin de deelnemer of gewezen deelnemer overlijdt en eindigt op de laatste dag van de maand, waarin de weduwe overlijdt.
  3. De weduwe van een pensioengerechtigde heeft recht op een weduwepensioen, dat zal ingaan op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin de pensioengerechtigde is overleden.
    Dit weduwepensioen wordt gedurende drie maandelijkse termijnen aangevuld tot het uitgekeerde bedrag aan ouderdomspensioen.
  4. De kinderen van een mannelijke gehuwde of gehuwd geweest zijnde deelnemer of gewezen deelnemer hebben recht op een wezenpensioen, dat ingaat op de eerste dag van de maand, waarin de deelnemer of gewezen deelnemer overlijdt. Het wezenpensioen eindigt op de laatste dag van de maand, waarin het kind de 21-jarige leeftijd bereikt.
  5. Recht op wezenpensioen hebben ook de kinderen, ouder dan 21 jaar, doch jonger dan 27 jaar, van een gehuwde of gehuwd geweest zijnde mannelijke deelnemer of gewezen deelnemer, indien:
    1. de voor werkzaamheden beschikbare tijd van deze kinderen grotendeels in beslag wordt genomen door of in verband met het volgen van onderwijs of van een beroepsopleiding;
    2. deze kinderen tengevolge van ziekte of gebreken vermoedelijk in het eerstkomend jaar buiten staat zullen zijn de helft te verdienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen, die overigens in gelijke omstandigheden verkeren, kunnen verdienen, één en ander naar het oordeel van het bestuur.
      Dit wezenpensioen gaat in op de eerste dag van de maand waarin de deelnemer of gewezen deelnemer overlijdt, of wel op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin het kind, dat volgens lid 4 van dit artikel wezenpensioen genoot, de 21-jarige leeftijd bereikt.
      Dit wezenpensioen eindigt op de laatste dag van de maand, waarin betrokkene de 27-jarige leeftijd bereikt, dan wel waarin voordien niet langer wordt voldaan aan de in dit lid genoemde vereisten.
  6. Het reeds ingegane invaliditeitspensioen wordt zolang de rechthebbende invalide is, uiterlijk tot de ingangsdatum van het ouderdomspensioen uitgekeerd.
  7. Elke deelnemer die op 31 december 1969 behoorde tot het week- en uurloonpersoneel van de werkgever en die vóór zijn 65-jarige leeftijd blijvende invalide wordt verklaard heeft recht op een invaliditeitspensioen, dat uitgekeerd wordt zolang de betreffende deelnemer leeft en invalide is, doch uiterlijk tot de 65-jarige leeftijd.
  8. In dit artikel wordt onder weduwe eveneens verstaan partner. In dit artikel wordt onder weduwepensioen eveneens verstaan partnerpensioen.



^ TOP



Artikel 4 - Bijzondere bepalingen ten aanzien van het weduwe- en wezenpensioen

  1. De deelnemers en gewezen deelnemers zijn verplicht van elk huwelijk kennis te geven aan het bestuur.
  2. Indien de deelnemer of gewezen deelnemer nà zijn 65-jarige leeftijd huwt, ontstaat geen recht op weduwe- en wezenpensioen.
  3. Indien het huwelijk van de deelnemer wordt beëindigd door echtscheiding dan wel ontbinding na scheiding van tafel en bed dan wel het geregistreerd partnerschap wordt beëindigd, verkrijgt de ex-echtgeno(o)t(e) c.q. ex-partner aanspraak op een bijzonder partnerpensioen dat gelijk is aan het partnerpensioen dat de deelnemer zou hebben verkregen indien op het moment van ontbinding van het huwelijk dan wel beëindiging van het geregistreerd partnerschap het deelnemerschap zou worden beëindigd anders dan door overlijden, ingaan van invaliditeit of het bereiken van de pensioendatum.   Indien het huwelijk van de gewezen deelnemer wordt beëindigd door echtscheiding dan wel ontbinding na scheiding van tafel en bed dan wel het geregistreerd partnerschap wordt beëindigd, verkrijgt de ex-echtgeno(o)t(e) c.q. ex-partner aanspraak op een bijzonder partnerpensioen dat gelijk is aan het partnerpensioen dat is vastgesteld op de dag van beëindiging van het deelnemerschap.
    Het hiervoor bepaalde is niet van toepassing als het geregistreerd partnerschap eindigt door overlijden, vermissing of door omzetting in een huwelijk.
    Het bijzonder partnerpensioen gaat in op de eerste dag van de maand, waarin de deelnemer of gewezen deelnemer overlijdt.
    Onder bijzonder partnerpensioen wordt eveneens verstaan bijzonder weduwepensioen.
  4. In dit artikel wordt onder huwelijk eveneens verstaan geregistreerd partnerschap, en wordt onder huwen eveneens verstaan het aangaan van een geregistreerd partnerschap. Onder weduwepensioen wordt tevens verstaan partnerpensioen.



^ TOP



Artikel 5 - Verevening van ouderdomspensioen bij scheiding

  1. Indien het huwelijk van de (gewezen) deelnemer eindigt door scheiding of in geval van beëindiging van het geregistreerd partnerschap van een (gewezen) deelnemer, heeft de ex-echtgeno(o)te dan wel ex-partner van een (gewezen) deelnemer recht op uitbetaling van een deel van het aan de (gewezen) deelnemer toekomende ouderdomspensioen. Dit deel is gelijk aan 50% van het ouderdomspensioen dat zou gelden indien:
    1. de tot verevening verplichte (gewezen) deelnemer uitsluitend zou hebben deelgenomen gedurende de deelnemersjaren, inclusief de periode dat pensioenopbouw wordt voortgezet in verband met (gedeeltelijke) invaliditeit, gelegen tussen de datum van huwelijk respectievelijk aanvang van het geregistreerd partnerschap en het tijdstip van de scheiding respectievelijk beëindiging van het geregistreerd partnerschap;
    2. op het tijdstip van scheiding of beëindiging van het geregistreerd partnerschap het deelnemerschap zou zijn geëindigd anders dan door pensionering, ingang van invaliditeit of overlijden.
  2. Indien het tijdstip van beëindiging van het deelnemerschap ligt voor het tijdstip van de scheiding respectievelijk de beëindiging van het geregistreerd partnerschap, heeft de ex-echtgeno(o)t(e) dan wel ex-partner recht op uitbetaling van 50% van het ouderdomspensioen, dat zou gelden indien de tot verevening verplichte (gewezen) deelnemer uitsluitend zou hebben deelgenomen gedurende de deelnemersjaren gelegen tussen de datum van huwelijk respectievelijk aangaan van het geregistreerd partnerschap en het tijdstip van beëindiging van het deelnemersschap.
  3. In afwijking van het onder lid 1 en lid 2 bepaalde wordt bij de verevening rekening gehouden met een ander percentage respectievelijk een andere periode indien de (gewezen) deelnemer en de ex-echtgeno(o)t(e) dan wel ex-partner dit bij schriftelijke overeenkomst in verband met de scheiding of de beëindiging van het geregistreerd partnerschap zijn overeengekomen. Ten bewijze hiervan dient een gewaarmerkt afschrift of uittreksel van de overeenkomst aan het fonds te worden overlegd.
  4. De uitbetaling aan de ex-echtgeno(o)t(e) dan wel ex-partner geschiedt onder de in dit reglement vastgestelde voorwaarden. De uitbetaling gaat in op het tijdstip waarop volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding recht op uitbetaling bestaat.
  5. Met inachtneming van het in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding ter zake bepaalde kan het in de voorafgaande leden van dit artikel bedoelde deel van het ouderdomspensioen en het toegekende bijzonder partnerpensioen worden omgezet in een (eigen) aanspraak op ouderdomspensioen voor de ex-echtgeno(o)t(e) dan wel ex-partner, mits dit bij huwelijkse voorwaarden respectievelijk voorwaarden van een geregistreerd partnerschap of bij geschrift gesloten overeenkomst met het oog op de scheiding respectievelijk beëindiging van het geregistreerd partnerschap is overeengekomen. De overeenkomst is slechts geldig indien aan de overeenkomst een verklaring van de stichting is gehecht dat deze instemt met bedoelde omzetting.
  6. De aanspraak op ouderdomspensioen van een (gewezen) deelnemer kan zonder toestemming van diens echtgeno(o)t(e) dan wel partner niet bij overeenkomst tussen enerzijds de (gewezen) deelnemer en anderzijds de verzekeraar of de werkgever worden verminderd anders dan bij afkoop zoals voorzien bij of krachtens de Pensioenwet, tenzij de echtgenoten c.q. de partners het recht op pensioenverevening ingevolge de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding hebben uitgesloten.
  7. Bij de toepassing van dit artikel zullen de bepalingen van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding in acht worden genomen.
  8. Onder beëindiging van het geregistreerd partnerschap wordt niet verstaan de beëindiging anders dan door de dood of vermissing dan wel omzetting van het geregistreerde partnerschap in een huwelijk.



^ TOP



Artikel 6 - Bijzondere bepalingen ten aanzien van het invaliditeitspensioen

  1. Blijvende invaliditeit wordt aanwezig geacht, indien de deelnemer door ziels- of lichaamsgebreken in zodanige toestand verkeert, dat hij geheel of ten dele, evenwel blijvend ongeschikt is voor de werkzaamheden, welke hij onder normale omstandigheden in dienst van de werkgever moest verrichten en tengevolge daarvan loon derft, hetzij week- of uurloon en/of prestatieloon niet als gevolg van ouderdom.
  2. Tot het verkrijgen van het invaliditeitspensioen moet worden overlegd:
    1. een daartoe door het bestuur verstrekt en door de deelnemer ingevuld aanvraagformulier;
    2. een schriftelijke verklaring van de directie, inhoudende, dat naar haar overtuiging blijvende invaliditeit in de zin van lid 1 van dit artikel bestaat, met de mededeling van de datum waarop de deelnemer geacht wordt voor invaliditeitspensioen in aanmerking te komen;
    3. een schriftelijke verklaring van een door het bestuur aan te wijzen geneeskundige.
  3. Het bestuur beslist omtrent het al of niet verlenen van het invaliditeitspensioen.
    Indien een deelnemer zich door de beslissing van het bestuur verongelijkt gevoelt, kan beroep gedaan worden op de directie, welke in enige en hoogste instantie beslist.
    Het recht op invaliditeitspensioen houdt geheel op, of het invaliditeitspensioen wordt slechts ten dele uitgekeerd, indien en zolang op grond van een geneeskundig onderzoek, in te stellen door een door het bestuur aan te wijzen geneeskundige, moet worden aangenomen dat de betreffende deelnemer geheel of ten dele arbeidsgeschikt is conform de uitspraak van de Gemeenschappelijke Medische Dienst. 
    De verzekerde ouderdoms-, weduwe- c.q. partnerpensioenen en wezenpensioenen zullen aan de alsdan geldende omstandigheden worden aangepast.



^ TOP



Artikel 7 - Vervroegd pensioen

  1. Vervroegd pensioen kan door het bestuur, op een desbetreffend verzoek van de deelnemer, na verkregen goedkeuring door de werkgever, worden verleend na ontslag op tenminste 60-jarige leeftijd. Het ouderdoms-, weduwe- c.q. partnerpensioen en wezenpensioen zal dan worden herberekend.
  2. Het bedrag van het vervroegd pensioen zal door het bestuur worden vastgesteld, na advies van de actuaris.



^ TOP



Artikel 8 - Uitgesloten risico's

  1. Het recht op invaliditeits-, weduwe- en wezenpensioen vervalt, indien de deelnemer of gewezen deelnemer invalide wordt of is overleden bij of als gevolg van luchtaanvallen, andere vijandelijkheden of oorlogshandelingen, oproer of burgeroorlog, ongeacht of de deelnemer of gewezen deelnemer getroffen wordt in of buiten dienst van de werkgever.
    Recht op pensioen zal alsnog door het bestuur worden verleend voor zover het van oordeel is, dat de financiële toestand van de stichting zulks toelaat.
  2. Het recht op invaliditeits-, weduwe- en wezenpensioen gaat eveneens verloren, indien de deelnemer of gewezen deelnemer zich blootstelt aan bijzondere gevaren van luchtvaart, anders dan als passagier in een vliegtuig in dienst van een erkende luchtvaartmaatschappij.
  3. Het recht op weduwe- en wezenpensioen gaat voor die belanghebbende verloren door wiens opzettelijk toedoen of grove schuld, de deelnemer of gewezen deelnemer overlijdt.
  4. In de gevallen, waarin het recht op weduwe- en wezenpensioen vervalt, kan, behoudens in het geval bedoeld in lid 3, een gereduceerd weduwe- en wezenpensioen opvorderbaar worden, gebaseerd op de som van de wiskundige reserve, bepaald volgens de grondslagen en methoden bij de stichting geldend op de overlijdensdatum, van alle op het leven van de desbetreffende deelnemer of gewezen deelnemer gevestigde pensioenen, waarbij het weduwe- en wezenpensioen in geen geval groter zal zijn dan het normale weduwe- en wezenpensioen.
  5. Het recht op invaliditeitspensioen gaat eveneens verloren indien de deelnemer invalide wordt door eigen opzet, grove roekeloosheid of als gevolg van een poging van zelfmoord.
  6. In de gevallen, waarin het recht op invaliditeitspensioen vervalt, is het bestuur bevoegd een gereduceerd invaliditeitspensioen te verlenen, waarvan het bedrag wordt vastgesteld na advies van de actuaris.
    Dit invaliditeitspensioen zal in geen geval groter mogen zijn dan het normale invaliditeitspensioen. Tegen de beslissing van het bestuur in deze staat geen beroep open.
  7. In dit artikel wordt onder weduwepensioen eveneens verstaan partnerpensioen.



^ TOP



Artikel 9 - Betaling der pensioenen

  1. De uitbetaling van de pensioenen geschiedt tegen overlegging van een behoorlijk bewijs van in leven zijn van de gerechtigde, ten genoegen van het bestuur en tegen een wettig betalingsbewijs.
  2. Indien door overlijden van een deelnemer of gewezen deelnemer een weduwe- c.q. partnerpensioen en wezenpensioen moet worden uitgekeerd, zal ten aanzien van de rechtverkrijgende(n) een behoorlijk bewijs van in leven zijn moeten worden overlegd, ten genoegen van het bestuur.
    Voorts zal in zodanig geval moeten worden overlegd:
    een uittreksel uit het overlijdensregister, aangevende de datum van overlijden van de deelnemer of gewezen deelnemer.
  3. Het fonds heeft onder de in artikel 66 tot en met 68 van de Pensioenwet genoemde voorwaarden het recht een pensioenrecht of pensioenaanspraak af te kopen indien dit niet uitgaat boven het bedrag als genoemd in artikel 66 van de Pensioenwet (in 2007: € 400,=).
    De afkoopwaarde wordt vastgesteld op basis van sekseneutrale factoren die periodiek door het bestuur worden vastgesteld voor een bepaalde periode.
    Over de periode die is gelegen tussen het besluit tot afkoop en de betaling van de afkoopwaarde vergoedt het fonds een rente die wordt vastgesteld volgens het bepaalde bij en krachtens artikel 66 van de Pensioenwet.
  4. Alle pensioenen worden uitgekeerd in maandelijkse termijnen.
  5. Alle uitkeringen binnen het Rijk der Nederlanden geschieden zonder kosten voor de bevoordeelden met uitzondering van bovenbedoelde bewijzen en verklaringen.  



^ TOP



Artikel 10 - Verjaring

Pensioentermijnen, welke niet zijn opgeëist binnen 5 jaren na de eerste dag der opeisbaarheid vervallen, tenzij de rechthebbende ten genoegen van het bestuur aantoont deze niet te hebben kunnen opeisen of het bestuur om andere redenen tot gehele of gedeeltelijke uitkering van de niet tijdig opgeëiste termijnen besluit.




^ TOP



Artikel 11 - Belastingen en premiën

De uitkeringen zullen worden verminderd met die belastingen en premiën, welke de stichting ingevolge bestaande of in de toekomst uit te vaardigen wetten of besluiten verplicht is in te houden.




^ TOP



Artikel 12 - Overdracht, inpandgeving van rechten, enz.

Aanspraken ingevolge deze pensioenregeling kunnen niet worden afgekocht, vervreemd of prijs gegeven, dan wel formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid worden, anders dan in de gevallen voorzien bij of krachtens de Pensioenwet.




^ TOP



Artikel 13 - Vervanging door polissen van levensverzekeringsmaatschappijen

Indien het bestuur besluit de verplichtingen, voortvloeiende uit dit reglement, geheel of ten dele, te dekken door het sluiten van overeenkomsten met één of meer levensverzekeringsmaatschappijen, als bedoeld in de Pensioenwet, zal de stichting als contractante en bevoordeelde op de desbetreffende polissen worden aangewezen. Het bestuur heeft echter het recht de belanghebbende als bevoordeelde aan te wijzen.
Voor zover de stichting de verplichtingen heeft gedekt door het sluiten van bovenbedoelde overeenkomsten, is de stichting slechts aansprakelijk voor zover de verzekeraar zijn uit de overeenkomsten voortvloeiende verplichtingen nakomt. De voorwaarden dezer overeenkomsten liggen voor belanghebbenden bij het bestuur ter inzage. De stichting zal zich steeds ten opzichte van de belanghebbende ten volle kunnen kwijten door aan de belanghebbende de betreffende polis, recht gevende op gelijke uitkeringen als waartoe de stichting gehouden is, over te dragen.
Indien de polis aan de belanghebbende wordt overgedragen, zal deze belanghebbende, met zijn medewerking, onherroepelijk als bevoordeelde worden aangewezen. Van deze onherroepelijke aanwijzing zal aantekening op de polis gesteld worden.




^ TOP



Artikel 14 - Bevoordeling

Het bestuur beslist aan welke personen of personen behorend tot de nagelaten betrekkingen, het weduwe-, c.q. (bijzonder) partnerpensioen en wezenpensioen zal worden uitgekeerd.
Als regel geldt dat de ouderdomspensioenen zullen worden uitgekeerd aan de gewezen deelnemers, het weduwe-c.q. (bijzonder) partnerpensioen aan de weduwe c.q. (ex-) geregistreerde partner van de deelnemer of gewezen deelnemer en de wezenpensioenen aan de wettelijke vertegenwoordiger van het kind.




^ TOP



Artikel 15 - Toeslagen resp. pensioenverhogingen

Het bestuur zal, als winsten van de stichting dit toelaten, na advies van de actuaris, besluiten uit deze winsten extra rechten te verlenen aan gepensioneerden, deelnemers en gewezen deelnemers.




^ TOP



Artikel 16 - Algemene bepalingen

  1. Het bestuur draagt er zorg voor dat rechthebbenden en andere belanghebbenden op gemakkelijke wijze van de geldende statuten en het geldende pensioenreglement kennis kunnen nemen.
  2. De rechthebbenden zijn verplicht aan het bestuur op eerste verzoek de bewijsstukken te overleggen en de gegevens te verschaffen die voor de afwikkeling van de pensioenverplichtingen nodig zijn.
  3. De gevolgen van het niet nakomen van deze verplichtingen zijn voor risico van de rechthebbende onderscheidenlijk diens nabestaanden.



^ TOP



Artikel 17 - Onvoorziene gevallen en geschillen

  1. In alle gevallen, welke behoren tot het terrein van dit reglement en waarin niet is voorzien, wordt door het bestuur van de stichting beslist.
  2. Alle geschillen, ontstaande of bestaande in verband met of naar aanleiding van dit reglement, of welke ontstaan of bestaan doordat geen bepalingen gemaakt zijn, worden beslist met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 19 en 20 van de statuten.



^ TOP



Artikel 18 - Inwerkingtreding

Dit reglement wordt geacht te zijn in werking getreden op 1 januari 2007.




^ TOP



print