- Artikel 1 - Naam en zetel
- Artikel 2 - Doel
- Artikel 3 - Middelen
- Artikel 4 - Deelnemers en pensioengerechtigden
- Artikel 5 - Grondslagen van de stichting
- Artikel 6 - Bestuur
- Artikel 7 - Bestuur en beleid
- Artikel 8 - Deskundigheidsplan en gedragscode
- Artikel 9 - Verantwoordingsorgaan
- Artikel 9a - Visitatiecommissie
- Artikel 10 - Verkiezing van de vertegenwoordigers der deelnemers en pensioengerechtigden in het bestuur: kandidaatstelling/referendum
- Artikel 11 - Reglement van het fonds
- Artikel 12 - Wijziging van de statuten
- Artikel 13 - Beleggingen, beheer van ontvangsten en uitgaven
- Artikel 14 - Boekjaar
- Artikel 15 - Accountant
- Artikel 16 - Actuaris
- Artikel 17 - Jaarverslag
- Artikel 18 - Opheffing en liquidatie
- Artikel 19 - Geschillen tussen de stichting en de deelnemers
- Artikel 20 - Geschillen tussen de stichting en de "Koninklijke Schelde Groep BV"
- Artikel 21 - Inwerkingtreding
Artikel 1 - Naam en zetel
1. Het fonds draagt de naam STICHTING PENSIOENFONDS "DE SCHELDE", en wordt hierna genoemd: "de stichting". 2. De stichting is gevestigd te Vlissingen. 3. De N.V. Koninklijke Maatschappij "de Schelde" wordt hierna ook genoemd "de Schelde" of "Koninklijke Schelde Groep bv". 4. Aangesloten ondernemingen zijn de Schelde en de ondernemingen die onderdeel uitmaken van dezelfde groep als de Schelde en door het bestuur als aangesloten ondernemingen zijn toegelaten. Onder groep wordt verstaan een groep als bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek.
^ TOP
Artikel 2 - Doel
De stichting stelt zich ten doel het binnen de perken harer middelen verlenen of doen verlenen van pensioenen en overige uitkeringen aan pensioen- en aanspraakgerechtigden.
^ TOP
Artikel 3 - Middelen
1. De middelen van de stichting bestaan uit:
a. het stichtingskapitaal;
b. het aan de stichting bij de opheffing van de stichtingen: "Stichting Ondersteuningsfonds" en "Stichting Aanvullings Pensioenfonds", beiden gevestigd te Vlissingen, conform het ter zake overeengekomene over te dragen saldokapitaal dier stichtingen;
c. bijdragen tot en met eenendertig december negentienhonderdzeventig van "de Schelde";
d. contributies tot en met eenendertig december negentienhonderdnegenenzestig der ledenvan het weekloon- en uurloonpersoneel van "de Schelde";
e. contributies tot en met eenendertig december negentienhonderdzeventig der leden van het beambtenpersoneel van "de Schelde";
f. inkomsten uit beleggingen;
g. hetgeen de stichting bij erfenis, legaat of schenking mocht krijgen. Omtrent het al of niet aanvaarden van erfstellingen, legaten of schenkingen beslist het bestuur. Erfstellingen zullen echter nimmer anders mogen worden aanvaard dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving;
h. inkomsten uit andere hoofde.
2. De uitgaven van de stichting bestaan uit die voor pensioenen, uitkeringen en andere hulp, verleend krachtens de reglementen, alsmede uit zodanige beheerskosten welke het bestuur van de stichting nodig of wenselijk acht. De uitkeringen en andere hulp als bedoeld in de vorige volzin zullen de verplichtingen van de stichting met betrekking tot pensioenen niet in gevaar brengen.
3. De middelen van de stichting zullen worden bewaard, afgezonderd van die van de Koninklijke Schelde Groep bv.
4. Vorderingen van de stichting op "de Schelde", alsmede beleggingen in aandelen in "de Schelde" zijn niet toegelaten.
^ TOP
Artikel 4 - Deelnemers en pensioengerechtigden
1. Deelnemers van de stichting zijn die leden van het personeel van "de Schelde", die volgens de reglementen daartoe zijn aangewezen.
2. Gewezen deelnemers zijn in deze statuten degenen van wie het deelnemerschap is beëindigd zoals nader reglementair is geregeld, en die aanspraak op pensioen maar nog geen recht op een uitkering van ouderdomspensioen hebben jegens het fonds.
3. Gepensioneerden zijn in deze statuten degenen die recht hebben op een uitkering van ouderdomspensioen jegens het fonds, zoals nader reglementair is geregeld.
4. Pensioengerechtigden zijn degenen voor wie op grond van een reglement van de stichting het pensioen is ingegaan.
5. Aanspraakgerechtigden zijn diegenen die op grond van een reglement van de stichting begunstigd zijn voor een nog niet ingegaan pensioen.
^ TOP
Artikel 5 - Grondslagen van de stichting
1. Het bestuur stelt een actuariële en bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het financieel toetsingskader voor pensioenfondsen. De nota bevat voorts een verklaring inzake beleggingsbeginselen en een beschrijving van de sturingsmiddelen. De nota voldoet aan het bepaalde bij en krachtens artikel 145 van de Pensioenwet.
2. Voor zover risico's zijn overgedragen, herverzekerd of ondergebracht kan de omschrijving beperkt blijven tot een verwijzing naar hetgeen in de betreffende overeenkomsten is opgenomen.
3. Het bestuur legt de nota alsmede iedere wijziging daarvan binnen twee weken na tot stand komen daarvan over aan De Nederlandsche Bank.
4. Het bestuur verstrekt met inachtneming van het bepaalde bij en krachtens artikel 147 van de Pensioenwet, jaarlijks binnen de daartoe gestelde termijn staten aan De Nederlandsche Bank die De Nederlandsche Bank nodig heeft voor de uitoefening van haar taak.
^ TOP
Artikel 6 - Bestuur
1. In het bestuur hebben zitting ten hoogste vier leden, aangewezen door de directie van de Koninklijke Schelde Groep bv en vijf leden uit de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden. De verdeling van de zetels van de uit de (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden gekozen bestuursleden over vertegenwoordigers van de deelnemers en de pensioengerechtigden vindt plaats op basis van de onderlinge getalsverhoudingen. Bij de vaststelling van de zetelverdeling wordt zodanig afgerond dat iedere geleding een geheel aantal zetels bezet. Benoeming van de bestuursleden die de deelnemers vertegenwoordigen vindt plaats na verkiezing door de deelnemers. Benoeming van de bestuursleden die de pensioengerechtigden vertegenwoordigen vindt plaats na verkiezing door de pensioengerechtigden.
2. Een benoeming als bestuurslid vindt slechts plaats onder de opschortende voorwaarde dat De Nederlandsche Bank na beoordeling van de vraag of de deskundigheid van het bestuur voldoende is en of de betrouwbaarheid van de betrokken persoon buiten twijfel staat niet laat weten niet in te stemmen met de voorgenomen benoeming.
In dit kader worden onder benoeming zowel het opnieuw aanwijzen van een bestuurslid door de Koninklijke Schelde Groep bv als wel (her)verkiezing door de deelnemers en pensioengerechtigden als vertegenwoordiger van de deelnemers en pensioengerechtigden verstaan. Het bestuur brengt elke wijziging in de samenstelling van het bestuur vooraf ter kennis van De Nederlandsche Bank met inachtneming van het gestelde bij en krachtens artikel 105 van de Pensioenwet.
Indien De Nederlandsche Bank niet binnen zes weken na ontvangst van de melding of na de ontvangst van gevraagde nadere gegevens of inlichtingen heeft laten weten niet in te stemmen met de voorgenomen benoeming is voldaan aan de opschortende voorwaarde. Indien De Nederlandsche Bank niet instemt met de benoeming en daartegen niet tijdig een rechtsmiddel is ingesteld of op het ingestelde rechtsmiddel onherroepelijk ten nadele van de betrokken persoon uitspraak is gedaan, wordt met inachtneming van het gestelde in deze statuten een andere persoon als bestuurslid benoemd.
3. Indien er ten aanzien van een persoon die als bestuurslid is benoemd een wijziging optreedt in de antecedenten als bedoeld in artikel 32 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling, deelt het bestuur dit, zodra het daarvan kennis neemt, onverwijld aan De Nederlandsche Bank mee.
4. Indien De Nederlandsche Bank in verband met de mededeling als bedoeld in het vorige lid een aanwijzing geeft die daartoe aanleiding geeft, wordt de betrokken persoon geschorst als bestuurslid. Indien niet tijdig tegen de aanwijzing een rechtsmiddel is ingesteld of op het ingestelde rechtsmiddel onherroepelijk uitspraak ten nadele van de betrokken persoon is gedaan, is de betrokken persoon ontslagen als bestuurslid en wordt conform deze staten een ander persoon als bestuurslid benoemd. Indien op het ingestelde rechtsmiddel definitief ten voordele van de betrokken persoon uitspraak is gedaan, wordt de betrokken persoon in zijn taken als bestuurslid hersteld.
5. De bestuursleden, vertegenwoordigers van de deelnemers en gepensioneerden, worden, behoudens de bij deze akte gedane benoeming, gekozen door middel van een referendum onder de deelnemers en gepensioneerden.
6. De voorzitter van het bestuur wordt aangewezen door de directie van de Koninklijke Schelde Groep bv. De plaatsvervangende voorzitter, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris worden door het bestuur uit haar midden gekozen. Indien de voorzitter behoort tot de leden, die benoemd zijn door de directie van de Koninklijke Schelde Groep bv, zal de plaatsvervangende voorzitter moeten behoren tot de vertegenwoordigers van de deelnemers en pensioengerechtigden en omgekeerd. Indien de secretaris behoort tot de leden, die benoemd zijn door de directie van de Koninklijke Schelde Groep bv, zal de plaatsvervangende secretaris moeten behoren tot de vertegenwoordigers van de deelnemers en pensioengerechtigden en omgekeerd.
De plaatsvervangende voorzitter, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris worden door het bestuur gekozen, telkens voor de tijd van één jaar.
De voorzitter van het bestuur heeft de leiding van alle bestuurswerkzaamheden. Hij heeft de leiding van de bestuursvergaderingen en van de vergaderingen van deelnemers en pensioengerechtigden.
De plaatsvervangende voorzitter vervangt de voorzitter bij diens afwezigheid.
De secretaris van het bestuur houdt de notulen van de bestuursvergaderingen en van vergaderingen van deelnemers en pensioengerechtigden. Hij voert de correspondentie namens het bestuur en is verantwoordelijk voor het archief.
De plaatsvervangende secretaris vervangt de secretaris bij diens afwezigheid.
7. De vertegenwoordigers van de deelnemers en pensioengerechtigden worden gekozen voor een periode van vijf jaar. De aftredende kan terstond worden herbenoemd. De bestuursleden, aangewezen door de directie van de Koninklijke Schelde Groep bv hebben zitting voor onbepaalde tijd. Zij kunnen te allen tijde door de directie worden ontslagen. Een bestuurslid treedt eveneens af indien en zodra hij in staat van faillissement geraakt, surséance van betaling aanvraagt of onder curatele of bewind wordt gesteld. In bestaande vacatures moet binnen zes maanden na het ontstaan daarvan worden voorzien.
Het bestuur is verplicht bij het ontstaan van een vacature onverwijld maatregelen te nemen tot het houden van een referendum. Indien het betreft een vacature van een lid, aangewezen door de directie, geeft het bestuur de directie schriftelijk kennis van de vacature. Indien de directie in gebreke blijft een bestuurslid aan te wijzen, blijft de vacature open, totdat de directie te eniger tijd een lid aanwijst.
Een bestuurslid, dat gekozen is bij een tussentijdse vacature treedt af op hetzelfde ogenblik als het lid door wiens ontstentenis de vacature is ontstaan, zou zijn afgetreden.
Gedurende het bestaan van vacatures blijft het bestuur wettig samengesteld en behoudt zijn volle bevoegdheid.
8. Het bestuur heeft de gehele leiding van zaken, vertegenwoordigt de stichting in- en buiten rechte en is met inachtneming van de statuten en het reglement bevoegd tot alle daden, zowel van beheer als van beschikking, welke verband houden met de doelstelling van de stichting.
Het bestuur is bevoegd de vertegenwoordiging in- en buiten rechte op te dragen aan tenminste twee bestuursleden, onder wie de voorzitter of de plaatsvervangende voorzitter, terwijl tenminste de helft van het aantal dezer bestuursleden vertegenwoordigers van de deelnemers en pensioengerechtigden moeten zijn.
9. Het bestuur bepaalt of de administratieve taak wordt uitgevoerd in eigen beheer of wordt uitbesteed aan een derde partij. Degene die belast is met de uitvoering van de administratieve taak is verantwoording verschuldigd aan het bestuur.
Alle bestuursleden en degene die belast is met de administratieve taak zijn zowel naar buiten als onderling geheimhouding verschuldigd ten aanzien van alle persoonlijke gegevens van de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden waarvan zij uit hoofde van hun bestuursfunctie of functie van administrateur kennis dragen, ook na beëindiging van de functie.
Het bestuur controleert de administratie.
10. De bestuursleden genieten als zodanig een beloning. De hoogte van deze beloning wordt jaarlijks door het bestuur vastgesteld.
Reis- en verblijfkosten en andere uitgaven in het belang van de stichting gedaan, worden vergoed.
11. Het bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of twee der overige leden zulks wenselijk achten, doch tenminste één keer per jaar ter behandeling van de jaarstukken.
12. Ieder der bestuurders is bevoegd een deskundige te raadplegen, alsmede zich krachtens een bestuursbesluit waarbij tenminste één/vierde der bestuurders zich daarvoor heeft uitgesproken, ter vergadering door een deskundige te laten bijstaan.
13. De vergaderingen van het bestuur worden door de secretaris of diens plaatsvervanger bijeen geroepen door middel van een schriftelijke convocatie, vermeldende tijd en plaats der vergadering en de te behandelen onderwerpen. De convocatie zal tenminste drie dagen voor het houden der vergaderingen ter kennis van alle bestuursleden moeten worden gebracht. Iedere vergadering wordt echter geacht op geldige wijze te zijn bijeen geroepen, indien het gehele bestuur ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.
14. Geldige besluiten kunnen niet worden genomen, wanneer niet tenminste vijf leden ter vergadering tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn. Ieder bestuurslid kan een ander bestuurslid schriftelijk of telegrafisch machtigen hem ter vergadering te vertegenwoordigen en voor hem stem uit te brengen. Een lid kan ten hoogste één ander lid vertegenwoordigen.
15. Voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald worden alle besluiten van het bestuur genomen bij meerderheid van stemmen der aanwezige of vertegenwoordigde leden. Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Bij staking van stemmen over personen beslist het lot.
16. Een bestuursbesluit kan eveneens worden genomen door middel van ondertekening door alle leden van een stuk waarin zodanig besluit is vervat.
17. Van de vergaderingen van het bestuur worden door de secretaris of diens plaatsvervanger notulen gehouden, welke door de voorzitter van de vergadering en hem, die de notulen heeft gehouden, worden getekend na voorlezing in - en goedkeuring door de volgende vergadering.
18. Stukken en bescheiden, uitgaande van het bestuur, worden namens het bestuur door de voorzitter en de secretaris of door hun plaatsvervangers getekend.
19. Het bestuur en de overige personen die het beleid van de stichting bepalen of mede bepalen richten zich bij de vervulling van hun taak naar de belangen van de bij de stichting betrokken deelnemers, pensioengerechtigden, gewezen deelnemers en overige belanghebbenden en zorgen ervoor dat dezen zich door hen op evenwichtige wijze vertegenwoordigd kunnen voelen.
^ TOP
Artikel 7 - Bestuur en beleid
1. Het bestuur is belast met het bepalen van het beleid van de stichting. Het bestuur kan het bepalen van het dagelijks beleid of onderdelen daarvan overlaten aan tenminste twee van zijn leden. Op de personen aan wie het (mede) bepalen van dagelijks beleid wordt gedelegeerd is artikel 6, leden 3 tot en met 5 van overeenkomstige toepassing.
2. De deskundigheid van de personen die het beleid van de stichting (mede) bepalen, dient naar het oordeel van De Nederlandsche Bank voldoende te zijn met het oog op de belangen van de bij de stichting betrokken deelnemers, pensioengerechtigden, gewezen deelnemers en overige belanghebbenden.
De voornemens, handelingen of antecedenten van de personen die het beleid van de stichting (mede) bepalen mogen De Nederlandsche Bank geen aanleiding geven tot het oordeel dat, met het oog op de belangen bedoeld in de vorige volzin, de betrouwbaarheid van deze personen niet buiten twijfel staat.
3. Delegatie of uitbesteding van het bepalen van het dagelijks beleid of onderdelen daarvan door het bestuur is mogelijk op basis van een gedetailleerde vastlegging van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de personen of instellingen, aan wie delegatie of uitbesteding plaatsvindt. Die gedetailleerde beschrijving wordt door het bestuur opgesteld met inachtneming van het gestelde bij en krachtens artikel 34 van de Pensioenwet.
4. Het bestuur oefent zijn taak uit met inachtneming van de eisen te stellen aan goed pensioenfondsbestuur. Het bestuur neemt een beschrijving van de wijze waarop het hieraan invulling geeft op in het jaarverslag.
5. Indien de periodieke evaluatie als bedoeld in lid 4 of andere aanwijzingen het bestuur aanleiding geven tot de conclusie dat een bestuurslid niet of niet langer voldoet aan de eisen te stellen aan een goed bestuurslid, zal het bestuur aan het betrokken bestuurslid om een reactie hierop vragen. Indien de reactie het bestuur niet tot een andere conclusie brengt, geeft het bestuur het betrokken bestuurslid in overweging ontslag te nemen. Indien het betrokken bestuurslid hieraan geen gevolg geeft kan het bestuur het betrokken bestuurslid ontslaan.
^ TOP
Artikel 8 - Deskundigheidsplan en gedragscode
1. De stichting beschikt over een door het bestuur opgesteld deskundigheidsplan als bedoeld in artikel 30 lid 4 van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling. Het deskundigheidsplan wordt door het bestuur herzien wanneer daartoe aanleiding bestaat.
2. Het bestuur beschikt over een gedragscode voor de bestuurders en medewerkers van de stichting ter voorkoming van belangenconflicten en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de bij de stichting aanwezige informatie. Deze gedragscode voldoet aan de eisen die De Nederlandsche Bank daaraan stelt.
^ TOP
Artikel 9 - Verantwoordingsorgaan
De stichting kent een Verantwoordingsorgaan.
Het bestuur stelt een reglement op waarin in ieder geval bepalingen worden opgenomen inzake:
a. de samenstelling en omvang;
b. de wijze waarop de leden worden benoemd en ontslagen;
c. de wijze waarop aspirant-leden worden gekozen en/of voorgedragen;
d. de rechten en bevoegdheden;
e. de verenigbaarheid van het lidmaatschap met andere functies binnen het fonds.
^ TOP
Artikel 9a - Visitatiecommissie
De stichting kent een Visitatiecommissie.
Het bestuur stelt een reglement op waarin in ieder geval bepalingen worden opgenomen inzake:
a. de samenstelling en omvang;
b. de wijze waarop de leden worden benoemd en ontslagen;
c. de rechten en bevoegdheden;
d. de werkwijze en manier van rapporteren.
^ TOP
Artikel 10 - Verkiezing van de vertegenwoordigers der deelnemers en pensioengerechtigden in het bestuur: kandidaatstelling/referendum
1. Het bestuur is verplicht binnen één maand na het ontstaan van een vacature van een vertegenwoordiger der deelnemers en gepensioneerden in het bestuur, hiervan schriftelijk kennis te geven aan de deelnemers en pensioengerechtigden.
Deze mededeling bevat tevens de datum, waarop kandidaatstellingen bij het bestuur moeten zijn binnengekomen en de datum waarop het referendum moet worden gehouden. De eerste datum wordt niet later gesteld dan drie weken na de datum der mededeling.
2. Alle deelnemers en pensioengerechtigden of gewezen deelnemers kunnen kandidaat gesteld worden, mits deze kandidaatstelling schriftelijk geschiedt aan het bestuur en ondertekend is door tenminste vijfentwintig deelnemers en pensioengerechtigden of gewezen deelnemers.
Indien door de deelnemers en pensioengerechtigden of gewezen deelnemers geen kandidaten worden gesteld, heeft het bestuur de bevoegdheid één of meer kandidaten aan te wijzen. Indien door de deelnemers en pensioengerechtigden of gewezen deelnemers slechts één kandidaat gesteld wordt, is deze kandidaat gekozen en blijft het referendum achterwege.
De kandidaten moeten schriftelijk verklaren een bestuursfunctie te willen aanvaarden.
3. Indien meer dan één kandidaat gesteld is, zal het bestuur minstens één week voor de datum, waarop het referendum is vastgesteld, aan de deelnemers en pensioengerechtigden een door het bestuur gewaarmerkt stembiljet doen toekomen, waarop de namen der kandidaten zijn vermeld. Het referendum geschiedt op de wijze als door het bestuur wordt bepaald. Het bestuur maakt van de telling der stemmen een verslag en doet hiervan mededeling aan de deelnemers en pensioengerechtigden met vermelding van de naam van de gekozene. Elke deelnemer en pensioengerechtigde heeft één stem. Blanco stemmen worden als niet uitgebrachte stemmen beschouwd. Indien op het stembiljet andere mededelingen worden vermeld, dan die betrekking hebben op de aan de orde zijnde verkiezing, wordt dit biljet als van onwaarde beschouwd en niet meegeteld. De kandidaat, die het grootste aantal stemmen op zich verenigd heeft, is gekozen. Indien twee personen hetzelfde aantal stemmen op zich verenigd hebben, beslist het lot.
^ TOP
Artikel 11 - Reglement van het fonds
1. Reglementen van het fonds worden door het bestuur vastgesteld en bevatten nadere bepalingen van de aard, het bedrag en de wijze waarop en de gevallen waarin pensioenen en overige uitkeringen worden verleend.
2. De bepalingen van het reglement kunnen worden gewijzigd door een referendum onder de deelnemers en gepensioneerden, met dien verstande, dat tenminste twee/derde van alle deelnemers en gepensioneerden in deze wijziging moet hebben toegestemd.
3. Alvorens tot het houden van een referendum wordt overgegaan, zullen alle deelnemers en gepensioneerden schriftelijk in kennis worden gesteld van de voorgestelde wijzigingen.
4. Indien het reglement moet worden gewijzigd ingevolge wettelijke voorschriften, dan zal een zodanige wijziging tot stand gebracht kunnen worden door een bestuursbesluit, en blijft het referendum onder de deelnemers en gepensioneerden achterwege.
5. Indien:
a. de technische voorzieningen en het minimaal vereist eigen vermogen niet meer volledig door waarden zijn gedekt, overeenkomstig de voorschriften van de Pensioenwet;
b. de stichting niet in staat is binnen een redelijke termijn de onder a. genoemde dekking te herstellen, zonder dat de belangen van pensioen- en aanspraakgerechtigden of de aangesloten ondernemingen onevenredig worden geschaad; en
c. alle overige beschikbare sturingsmiddelen, met uitzondering van het beleggingsbeleid, zijn ingezet om uiterlijk binnen drie jaar te voldoen aan artikel 131 van de Pensioenwet;
worden alle rechten en aanspraken van pensioen- en aanspraakgerechtigden naar rato van het tekort verminderd, met dien verstande dat de rechten en aanspraken opgebouwd over achterliggende jaren vooreerst onaangetast zullen blijven. Deze vermindering leidt tot een wijziging van de reglementen.
^ TOP
Artikel 12 - Wijziging van de statuten
1. Wijziging van de statuten kan geschieden door een referendum onder de deelnemers en gepensioneerden, met meerderheid van twee/derde van de stemmen van alle deelnemers en gepensioneerden.
2. Indien de statuten moeten worden gewijzigd ingevolge wettelijke voorschriften, dan zal een zodanige wijziging tot stand gebracht kunnen worden door een bestuursbesluit en blijft het referendum onder de deelnemers en gepensioneerden achterwege.
3. Wijziging van de doelstelling van de stichting, vervat in artikel 2 dezer statuten en van de bepaling van deze alinea van dit artikel is uitgesloten, tenzij het een redactiewijziging betreft.
4. Alvorens tot het houden van een referendum wordt overgegaan, zullen alle deelnemers en gepensioneerden schriftelijk in kennis worden gesteld van de voorgestelde wijzigingen.
^ TOP
Artikel 13 - Beleggingen, beheer van ontvangsten en uitgaven
1. Belegging van de middelen van de stichting geschiedt met inachtneming van de prudent-person regel volgens het bepaalde bij en krachtens artikel 135 van de Pensioenwet. Het beheer kan worden uitbesteed met inachtneming van artikel 7 lid 3.
2. De effecten zullen in open bewaarneming gegeven worden bij een bankinstelling.
3. Aanvragen tot terugneming uit open bewaargeving zullen getekend moeten worden door tenminste twee bestuursleden.
4. Alle eigendomsbewijzen, polissen, hypotheekakten met bijlagen, enzovoorts zullen bewaard worden in een brandvrije kluis of kast. Tot deze brandvrije kluis of kast zal alleen toegang worden verleend, indien tenminste twee bestuursleden aanwezig zijn.
5. Het bestuur zal een rekening openen bij een girodienst en/of bij een bank. Twee leden van het bestuur, door het bestuur aan te wijzen, zullen gezamenlijk over de rekening kunnen beschikken.
6. Van de in de voorgaande leden 3, 4 en 5 bedoelde bestuursleden zal één moeten behoren tot de bestuursledenvertegenwoordigers der deelnemers en pensioengerechtigden.
^ TOP
Artikel 14 - Boekjaar
Het boekjaar loopt van de eerste januari tot en met de eenendertigste december daaropvolgende.
^ TOP
Artikel 15 - Accountant
1. Door het bestuur wordt met een accountantskantoor een overeenkomst aangegaan, teneinde op de boekhouding geregeld toezicht te houden alsmede om aan het bestuur van de stichting jaarlijks schriftelijk verslag uit te brengen omtrent de financiële toestand van de stichting, en een jaarlijks overzicht te verstrekken van de inkomsten en uitgaven van de stichting. De kosten komen voor rekening van de stichting.
De overeenkomst met het accountantskantoor kan te allen tijde door het bestuur worden beëindigd.
2. Het accountantskantoor is gerechtigd tot inzage van alle boeken en bescheiden van de stichting. De waarden van de stichting moeten hem desverlangd worden getoond. Het is het accountantskantoor verboden, hetgeen haar nopens de stichting blijkt of medegedeeld wordt, verder bekend te maken dan haar opdracht met zich brengt.
^ TOP
Artikel 16 - Actuaris
1. Door het bestuur wordt een overeenkomst met een actuarissenkantoor aangegaan, teneinde jaarlijks de wiskundige reserve te berekenen en na te gaan of de in de reglementen in het vooruitzicht gestelde pensioenen, uitkeringen en/of andere hulp voldoende gedekt geacht kunnen worden. Het actuarissenkantoor brengt jaarlijks een verslag uit aan het bestuur van de stichting. De overeenkomst met het actuarissenkantoor kan te allen tijde door het bestuur worden beëindigd. De kosten komen voor rekening van de stichting.
2. Het actuarissenkantoor is gerechtigd tot inzage van alle boeken en bescheiden van de stichting, waarvan inzage tot de juiste vervulling van haar taak behoort. Het is haar verboden, hetgeen haar nopens de stichting blijkt of medegedeeld wordt, verder bekend te maken dan haar opdracht met zich brengt.
3. De actuaris die het actuarieel verslag waarmerkt:
a. is onafhankelijk van de stichting; en
b. behoort niet tot dezelfde organisatie als een andere actuaris of deskundige die andere werkzaamheden verricht voor de stichting, tenzij die organisatie een door De Nederlandsche Bank goedgekeurde gedragscode heeft over de onafhankelijkheid van de waarmerkende actuaris; en
c. verricht geen andere werkzaamheden voor de stichting.
^ TOP
Artikel 17 - Jaarverslag
1. Het bestuur stelt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de jaarrekening en het jaarverslag vast overeenkomstig titel 9, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Daarbij zijn de vrijstellingen voor stichtingen met een lage omzet en de vrijstellingen vanwege de omvang van de stichting zoals verwoord in artikel 2:360 lid 3, 2:396 en 2:397 niet van toepassing.
2. Het jaarverslag en de jaarrekening worden op verzoek van een pensioen- of aanspraakgerechtigde aan hem verstrekt.
^ TOP
Artikel 18 - Opheffing en liquidatie
1. Tot opheffing van de stichting kan slechts worden besloten bij een referendum onder de deelnemers en gepensioneerden met een meerderheid van twee/derde van de stemmen van alle deelnemers en gepensioneerden.
2. De stichting zal in elk geval in liquidatie treden, indien geen pensioen- en aanspraakgerechtigden meer aanwezig zijn.
3. Het bestuur is met de vereffening van de zaken van de stichting belast.
4. Het bestuur zal bij de liquidatie de belangen van de pensioen- en aanspraakgerechtigden naar billijkheid regelen op grondslag van de bepalingen van de reglementen en met inachtneming van de rechten en aanspraken van pensioen- en aanspraakgerechtigden uit hoofde van die reglementen.
5. Indien daarna enig saldo overblijft, zal dit worden aangewend in overeenstemming met het doel van de stichting.
6. Indien gedurende de tijd, dat de stichting in liquidatie verkeert, een vacature in het bestuur ontstaat, zal hierin - voor zover mogelijk - worden voorzien op de in de artikelen 6 en 10 omschreven wijze, waarbij in het geval dat de aangesloten ondernemingen in staat van faillissement verkeren, de curatoren (curator) in de rechten van die ondernemingen treden (treedt). Indien in een bestuursvacature op deze wijze niet kan worden voorzien, zal het bestuur zichzelf aanvullen door coöptatie, met dien verstande dat in de vacature van een door de deelnemers en pensioengerechtigden gekozen bestuurslid slechts kan worden voorzien door iemand, die laatstelijk vóór het besluit tot liquidatie, als vertegenwoordiger der deelnemers en pensioengerechtigden in het bestuur had kunnen fungeren.
7. Voor zover mogelijk blijven de bepalingen van deze statuten ten aanzien van de bevoegdheden van het bestuur en de besluitvorming in het bestuur ook gedurende de tijd dat de stichting in liquidatie verkeert van kracht. Zou zulks niet mogelijk zijn, dan wordt zoveel mogelijk in de geest van deze bepalingen gehandeld.
8. De onderscheiden categorieën van pensioen- en aanspraakgerechtigden zullen in het bezit gesteld worden van een bewijsstuk van hun tot de datum van opheffing aan de deelneming in de stichting te ontlenen aanspraken of rechten op pensioen (waarin begrepen die, voortvloeiende uit het bepaalde in lid 6). In dit bewijsstuk zal tevens melding worden gemaakt van de instantie casu quo instanties, jegens welke zij die aanspraken of rechten geldend kunnen maken.
De vaststelling van die aanspraken of rechten en de veiligstelling daarvan mag niet plaatsvinden in strijd met enig bindend voorschrift van de Pensioenwet.
9. Voor zover ter zake van de in lid 8 bedoelde aanspraken of rechten op pensioen- en verzekeringsovereenkomsten zijn of zullen worden gesloten en deze aan de betrokkenen zelf dan wel aan een (nieuwe) werkgever worden overgedragen, zal de begunstiging ten name gesteld worden van pensioen- en aanspraakgerechtigden. Op de door de verzekeraar uit te reiken polissen zal door hem worden aangetekend, dat ten aanzien van de daarin belichaamde verzekeringen, voor zover deze betrekking hebben op aan de deelneming in de stichting te ontlenen aanspraken of rechten op pensioen.
Tevens zal door die verzekeraar op die polissen worden aangetekend, dat noch afkoop van de in de vorige volzin bedoelde verzekeringen, noch wijziging van de begunstiging (tenzij die wijziging plaatsvindt ten behoeve van de pensioen- en aanspraakgerechtigden) kan plaatsvinden.
10. De stichting zal niet zijn opgeheven dan nadat in het kader van de Pensioenwet bericht is ontvangen, dat geen bezwaar bestaat tegen het door het bestuur - in overeenstemming met de accountant en de actuaris - opgestelde liquidatierapport.
^ TOP
Artikel 19 - Geschillen tussen de stichting en de deelnemers
Alle geschillen, welke tussen de stichting en een deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde mochten ontstaan betreffende de uitleg van de bepalingen van deze statuten met bijbehorende reglementen of de toepassing daarvan, alsmede doordat geen bepalingen zijn gemaakt, worden in eerste aanleg beslist door het bestuur van de stichting, dat zijn schriftelijke, met redenen omklede beslissing, bij aangetekende brief ter kennis van de deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde brengt.
Binnen dertig dagen, nadat de beslissing van het bestuur ter kennis van de deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde is gebracht, kan deze zich wenden tot de Kantonrechter te Middelburg, ten einde door deze drie scheidslieden te doen benoemen, die van het geschil in tweede aanleg zullen kennis nemen en dit zullen beslissen als goede mannen naar billijkheid in het hoogste ressort.
De scheidslieden stellen de procesorde vast en kunnen zich door deskundigen doen bijstaan. Zij bepalen bij hun uitspraak de kosten (daaronder begrepen kosten voor de bijstand van de partijen) van de arbitrage, en zijn bevoegd deze naar billijkheid over partijen te verdelen.
^ TOP
Artikel 20 - Geschillen tussen de stichting en de "Koninklijke Schelde Groep BV"
Alle geschillen, als boven genoemd, welke tussen de stichting en de Koninklijke Schelde Groep bv ontstaan, worden in hoogste ressort beslist door drie arbiters, welke ten verzoeke van de meest gerede partij worden benoemd door de Kantonrechter te Middelburg. Op deze arbitrage zijn de arbitragebepalingen genoemd in artikel 19 van overeenkomstige toepassing.
^ TOP
Artikel 21 - Inwerkingtreding
Deze statuten treden in haar gewijzigde vorm met ingang van 1 januari 2007 in werking en vervangen de tot die datum geldende statuten van de Stichting Pensioenfonds voor het weekloon- en uurloonpersoneel van de N.V. Koninklijke Maatschappij "de Schelde" te Vlissingen zowel als die van de Stichting Pensioenfonds voor het Beambtenpersoneel van de N.V. Koninklijke Maatschappij "de Schelde" te Vlissingen.
^ TOP
